Blog

Leren programmeren APIreciëren

Belofte maakt schuld, vandaag hebben we het over APIs. API is de afkorting voor application programming interface. Een interface gebruik je om te communiceren met een applicatie. De bekendste vorm daarvan is de GUI (graphical user interface); als je een applicatie opstart op je computer of telefoon dan is wat je ziet de GUI, het is de manier waarmee jij met de applicatie kan communiceren. Je kijkt nu naar de GUI van je browser, je kan communiceren door bijvoorbeeld te scrollen en je browser beantwoord door de pagina naar boven of beneden te verschuiven. Voor mensen is een grafische interface handig, een plaatje zegt immers meer dan 1000 woorden. Voor een computer is dat anders, die communiceert een stuk makkelijker met alleen tekst.

Nu vraag je je misschien af, hoe vaak gebeurt het nou dat een applicatie met een andere applicatie communiceert? Dat ligt een beetje aan je definitie. Als je het heel sec bekijkt, communiceert jouw browser nu met een server om deze tekst op te halen, met de driver van je scherm om het op je scherm te laten zien, met je muis of touchscreen om je invoer te registreren enzovoort. Er is dus heel veel interactie, maar we gaan het over een heel klein gedeelte hebben, want ik ratel altijd al veel te veel en anders komt er geen eind aan.

We gaan het hebben over WebAPIs, dat is waar de meeste mensen het over hebben als ze API zeggen, dus dat is wel zo makkelijk. WebAPIs zijn functies die je aan kan roepen via het internet die informatie terug geven van de applicatie waar ze voor geschreven zijn. Dat is vrij abstract, dus het is zoals altijd tijd voor een voorbeeld. Stel je wilt iemand 3-waarden logica uitleggen… Wacht ik heb jullie nog steeds geen 3-waarden logica uitgelegd en ik zit alweer boven de 300 woorden en ik ben nog niet eens begonnen met het voorbeeld, we doen wel iets anders… Stel je wilt iemand Engels leren, maar aangezien je het wel leuk wilt houden besluit je een spelletje te maken.

Het spelletje is heel simpel je pakt een plaatje, je geeft er een aantal woorden bij en dan moet er geraden worden welk woord er bij het plaatje hoort. Klinkt simpel toch? Als je er nog een beter beeld bij wilt hebben kan je het hier spelen. Ik heb het basic gehouden dus er is bijvoorbeeld geen score, maar ik heb wel een hint optie toegevoegd, want het spelletje is zonder soms niet te doen.

Voor het spelletje heb ik 2 dingen nodig, een heleboel Engelse woorden en een heleboel bijpassende plaatjes. Die kan ik natuurlijk zelf samenstellen, maar er zijn applicaties op het internet die dit al hebben dus die kan ik ook gebruiken. In dit voorbeeld gebruik ik de wordnik.com API. Wordnik is een online woordenboek en daar mag je gratis gebruik van maken. Tenminste als je het niet te zot maakt, om dat een beetje in de gaten te houden heb je een sleutel nodig om gebruik te maken van hun API, deze kan je gratis aanvragen en daarmee mag je dan een 100 aantal aanvragen per uur doen.  Dus als je het spelletje heel enthousiast speelt dan zal hij het op een gegeven moment een uur niet doen. Wil je meer aanvragen doen, dan moet je daar voor betalen. De andere API is die van imgur.com, zelfde idee maar dan een plaatjes site.

We beginnen met het ophalen van 12 willekeurige Engelse woorden. Dat doen we met een API call. De Wordnik API heeft daar deze functie voor. Die roepen we aan met een URL:  https://api.wordnik.com/v4/words.json/randomWords?hasDictionaryDef=true
&minCorpusCount=50
&maxCorpusCount=-1
&minDictionaryCount=20
&maxDictionaryCount=-1
&minLength=6
&maxLength=6
&limit=12
&api_key=APISLEUTEL
. Deze URL vertaalt ongeveer naar: Op de v4 versie van de api.wordnik.com applicatie roepen we van de words.json functies de functie randomWords aan met een aantal argumenten. Voor de leesbaarheid heb ik alle argumenten op een eigen regel gezet. Alles achter het vraagteken zijn de argumenten waarmee ik woorden terug laat komen van 6 letters die niet super obscuur zijn. Ja, trouwe lezer, daar staat words.json. Tegenwoordig gebruikt het leeuwendeel van de WebAPIs JSON strings om te communiceren. Zoals je in het vorige blog hebt kunnen lezen zijn dat javascript objecten en dat is makkelijk want ik programmeer dit spelletje in javascript.

In de code ziet dit er zo uit:

async function laadApi() {
  //code niet belangrijk voor de uitleg// 
  let wordnik_res =  await fetch(url1+x);
  woorden = await wordnik_res.json();

Voor wie al sinds blog 1 enthousiast mee aan het programmeren is valt het waarschijnlijk op dat er ineens iets voor function staat. Het woord async geeft aan javascript aan dat er dingen asynchroon gaan gebeuren. Dit is volgens mij ook de eerste keer dat ik het gebruik, voor nu ga er maar even vanuit dat het hetzelfde is als var. De functie fetch haalt gegevens uit vanuit de url die je meegeeft. Ik geef de url van hierboven mee met mijn API sleutel. Normaal gesproken als je fetch afvuurt gaat daarna direct de volgende regel van je code af. De fetch functie kan even duren, maar daar wil je browser als het niet hoeft niet op wachten. Wij kunnen echter niet verder voor we die data hebben, dus we zeggen met het woord await tegen de browser dat hij moet wachten tot fetch klaar is voordat hij verder mag gaan met de rest van de code. Hetzelfde geldt voor de json functie, die het resultaat omzet in een javascript object. Na deze twee regels code is ‘ woorden’ dit:

[{
  "id": 234698,
  "word": "Yankee"
}, {
  "id": 16370,
  "word": "beggar"
}, {
  "id": 31968,
  "word": "chorus"
}, {
  "id": 47154,
  "word": "dental"
}, {
  "id": 129143,
  "word": "magpie"
}, {
  "id": 133965,
  "word": "miller"
}, {
  "id": 81088,
  "word": "patrol"
}, {
  "id": 70598,
  "word": "reform"
}, {
  "id": 73645,
  "word": "severe"
}, {
  "id": 228047,
  "word": "vector"
}, {
  "id": 81488,
  "word": "volley"
}, {
  "id": 74147,
  "word": "worthy"
}]

Tenminste, deze keer, elke keer dat we die code uitvoeren krijgen we andere woorden terug van Wordnik. Het is een lijst met 12 objecten, alle objecten hebben een id, een nummer waar we verder niets mee doen, en een word, het woord waar we naar opzoek waren.

Als we dat hebben zoeken we daar een plaatje bij:

woord = random(woorden).word
let imgur_res = await fetch(url2+woord, {
    method: "GET", 
    headers: {
        "Authorization": "Client-ID "+ clientID
    }});
  plaatjes = await imgur_res.json()

Eerst pakken we een willekeurig woord uit de rij en dan geven we die mee aan de fetch voor Imgur. De Imgur API heeft de API sleutel niet in de URL staan, maar gebruikt een header voor die informatie. Een header is informatie die je browser meestuurt met een URL. Ook Imgur werkt met json dus we roepen met het resultaat de json functie aan om het bericht weer om te zetten naar een javascript object. De Imgur API geeft veel meer informatie terug dan alleen het plaatje. Zo geeft hij bijvoorbeeld ook terug hoe vaak er gereageerd is op dit plaatje, wie het plaatje heeft geüpload en wat de titel van het plaatje is.  Waar we in eerste instantie in geïnteresseerd zijn is het plaatje zelf.

Tenminste als er een plaatje is. Het kan namelijk best zo zijn dat we van Wordnik een woord hebben gekregen waar Imgur helemaal geen plaatjes bij kan vinden. We moeten dus controleren of er wel plaatjes zijn, als dat zo is dan halen we de link uit het object en laten het plaatje zien waar de link naar verwijst. Vervolgens maken we linkjes van de 12 woorden die we van Wordnik hebben gekregen en zetten die er onder en het spelletje is af. Wil je de rest van de code ook zien, dan kan dat hier; ik heb er ook wat commentaar bij gezet.

Dat zijn dus WebAPIs, je vraagt aan een website gegevens door een specifieke URL aan te roepen en je krijgt die (meestal) in de vorm van een JSON string terug. Waarmee je dan vervolgens weer verder kan programmeren. WebAPIs zijn hip, dus als je denkt ‘dit is leuk!’ ik wil zelf ook wel met een API spelen, hier zijn een aantal voorbeelden van WebAPIs waar je mee kan praten.

Back-To-Top